Ondernemingswaarde berekenen met gangbare vuistregels (met voorbeelden)

Stel u voor dat u snel wilt weten wat uw onderneming ongeveer waard is – zonder meteen een dure adviseur in te schakelen. In dergelijke gevallen bieden eenvoudige vuistregels een eerste oriëntatie: van omzet- en winstmultiplicatoren tot de intrinsieke waarde. Maar voorzichtig: elke formule heeft zijn beperkingen en is niet voor alle ondernemingstypes even geschikt. In dit artikel leert u hoe u de belangrijkste vuistregels correct toepast, welke valkuilen er zijn en hoe praktijkgerichte voorbeelden u kunnen helpen de waarde van uw onderneming globaal in te schatten. Lees verder om erachter te komen welke methode het beste past bij uw branche en uw bedrijfsmodel.

Terugverdientijd formule

Koopprijs verdient zich terug in 4-7 jaar

Overweging: Hoeveel winst zou een koper de komende jaren uit het bedrijf kunnen halen? Na hoeveel jaar heeft de investering van de koper zich terugverdiend? Een terugverdientijd van 4-7 jaar lijkt ons redelijk.

Zet de prijs zo dat de aankoopprijs zich binnen 4 tot 7 jaar terugverdient.

Voor wie is deze methode geschikt?

Terugverdientijd formule

  • Geschikt voor bedrijven met stabiele winst
  • Geschikt voor bedrijven in een stabiele markt
  • Geschikt voor bedrijven met een relatief lage kapitaalintensiteit
  • Niet geschikt voor sterk groeiende of krimpende bedrijven
  • Niet geschikt voor niet-winstgevende bedrijven

De winsten zouden niet te sterk moeten schommelen om het resultaat niet te vertekenen. Eventueel zou je een gemiddelde van de winst van de laatste drie of vijf jaar kunnen nemen en/of de winsten van de afgelopen jaren wegen, waarbij het huidige jaar het zwaarst meetelt.

Voorbeeld terugverdientijd formule

Voorbeeldaannames:

Omzet: 150
– Kosten: 110 = Nettowinst: 40 x 4 (jaar terugverdientijd): = 160 en
Omzet: 150
– Kosten: 110 = Nettowinst: 40 x 7 (jaar terugverdientijd:) = 280

De ondernemingswaarde ligt tussen 160 en 280

EBIT-multiplier

Ondernemingswaarde = EBIT x 5

Je vindt op internet talloze sites waar het getal 3 als multiplier wordt gegeven, oftewel de formule “3 x EBIT = ondernemingswaarde (“Enterprise Value”)”. Hierbij wordt echter de branche en bedrijfsgrootte volledig buiten beschouwing gelaten. Passende actuele multipliers vind je op onze website.

De winstindicator “EBIT” omvat alle operationele kosten, inclusief afschrijvingen, en biedt zo een uitgebreid beeld van de operationele efficiëntie. EBIT toont je de daadwerkelijke operationele winstgevendheid van je bedrijf, zonder beïnvloed te worden door financiering en belastingstructuur.

Voor wie is deze methode geschikt?

EBIT-multiplier formule

  • Geschikt voor bedrijven met stabiele winst
  • Geschikt voor bedrijven in een stabiele markt
  • Geschikt voor bedrijven met een relatief lage kapitaalintensiteit
  • Niet geschikt voor sterk groeiende of krimpende bedrijven
  • Niet geschikt voor niet-winstgevende bedrijven

Heb je stabiele winsten? Wil het resultaat überhaupt zeggingskracht hebben, dan moet je bedrijf stabiele en voorspelbare winsten behalen. Stabiele winsten vereisen solide en betrouwbare inkomstenstromen, stabiele kosten en winstmarges.

Beweegt het bedrijf zich in een gevestigde markt? Er bestaat al langere tijd een markt voor je producten of diensten. De concurrentiesituatie, de volatiliteit en de algemene risico’s, etc. zijn overzichtelijk.

Is de kapitaalintensiteit in jouw branche eerder laag? Lage kapitaalintensiteit betekent dat je bedrijf minder hoeft te investeren in fysieke activa zoals machines, gebouwen of infrastructuur. Daardoor vallen de afschrijvingen op deze activa lager uit.

Voorbeeld EBIT-multiplier formule

Voorbeeldaannames:

Omzet: 100
– operationele kosten: 40
= EBITDA: 60
– afschrijvingen: 10
EBIT 30
x multiplier: 5

Berekening ondernemingswaarde:

EBIT x Multiple = 30 x 5 = 150

EBITDA-multiplier

Ondernemingswaarde (“Enterprise Value”) = EBITDA x 4.5

Zoals bij bovenstaande vuistregel reeds toegelicht, wordt ook in verband met deze formule vaak het getal “3”, dus “3 x EBITDA = bedrijfswaarde” genoemd. Wij zijn van mening dat deze multiplicator in de allermeeste gevallen niet correct is. Ook hier verwijzen wij naar de actuele en branchespecifieke multiples op onze website.

Voor wie is deze methode geschikt?

EBITDA-multiplier formule

  • Geschikt voor bedrijven met stabiele winst
  • Geschikt voor bedrijven in een stabiele markt
  • Geschikt voor bedrijven met een hogere kapitaalintensiteit
  • Niet geschikt voor sterk groeiende of krimpende bedrijven
  • Niet geschikt voor niet-winstgevende bedrijven

De winstindicator EBITDA biedt neutraliteit ten opzichte van afschrijvingen en financieringskosten, wat vooral voordelig is in kapitaalintensieve sectoren, sectoren met hoge groei-investeringen of met schommelende financieringskosten, omdat het een duidelijker beeld geeft van de operationele efficiëntie.

Maar ook hier is de toepassing van de formule alleen zinvol als het gaat om een gevestigd, stabiel bedrijf met stabiele winsten.

Voorbeeld EBITDA-multiplier formule

Voorbeeldaannames:

Omzet: 100
– operationele kosten: 60 = EBITDA: 40 Multiple: = 4.5

De winst voor rente, belastingen en afschrijvingen (EBITDA) is 40.

Berekening ondernemingswaarde (“Enterprise Value”):

EBIT x Multiple = 40 x 4.5 = 180

Omzet-multiplier

Ondernemingswaarde = Omzet x 1.0

Neem een gemiddelde omzet en vermenigvuldig deze met een multiplier om je bedrijfswaarde te krijgen. Gebruikelijke multipliers variëren sterk per branche. Het is belangrijk om de multiplier te kiezen op basis van vergelijkbare bedrijven in dezelfde branche. Net als bij de twee formules hierboven, raden we ook hier aan om op onze website de passende multiplier te selecteren.

Omzet-multiplier formule

  • Geschikt voor bedrijven waarbij omzetgroei een primaire waardedriver is
  • Geschikt voor bedrijven in sterk groeiende markten Geschikt voor bedrijven met een lagere kapitaalintensiteit
  • Niet geschikt voor gevestigde bedrijven in stabiele branches
  • Niet geschikt voor kapitaalintensieve branches

Deze vuistregel houdt geen rekening met vermogen, schulden of winst.

Voorbeeldberekening omzet-multiplier

Omzet: 500.000 €

Branchetypische multiple voor een industrieel bedrijf: 1

Bedrijfswaarde (500.000 x ): 500.000 €

Multiple: = 1.0

Berekening bedrijfswaarde:

Omzet x Multiple = 500.000 € x 1 = 500.000 €

Intrinsieke waarde = bedrijfswaarde

Bereken de waarde van je bedrijf door een zo nauwkeurig mogelijke waardering van de aanwezige activa en trek daar de schulden vanaf.

Voor wie is deze methode geschikt?

Intrinsieke waarde

  • Geschikt voor insolvente bedrijven
  • Geschikt voor bedrijven die geliquideerd moeten worden
  • Geschikt voor bedrijven met activa, zoals machines
  • Niet geschikt voor bedrijven die geen verkoopbare activa hebben
  • Niet geschikt voor bedrijven met stabiele winsten

Deze formule is vooral geschikt als je bedrijf insolvent is of als je van plan bent het te liquideren. Als het bedrijf ontbonden moet worden en de activa verkocht moeten worden, is de marktwaarde van de activa doorslaggevend. De intrinsieke waarde geeft een realistische waarde aan die de schuldeisers of aandeelhouders kunnen verwachten.

Waarde van de klanten

Waarde per klant x Aantal klanten

Bij een sterke gebruikersbasis kan de waardering van het bedrijf gebaseerd zijn op het aantal gebruikers of klanten.

Voor wie is deze methode geschikt?

Waarde per klant

  • Geschikt voor bedrijven die nog geen winst maken, maar al een groot aantal terugkerende klanten hebben.
  • Geschikt voor bedrijven die diensten aanbieden waarbij klanten regelmatig betalen en een hoge klantenbinding gewenst is.
  • Niet geschikt voor bedrijven waarbij klanten waarschijnlijk slechts één aankoop doen
  • Niet geschikt voor bedrijven met zeer korte klantenlevenscycli

Vermenigvuldig het aantal actieve gebruikers met een realistische waarde per klant.

Voorbeeldberekening waarde per klant

(A) gemiddelde bestelwaarde: 50
(B) gemiddelde bestellingen per jaar: 4
(C) gemiddelde klantlevensduur: 5 jaar
(D) dekkingsbijdrage (omzet – variabele kosten): 30%
(E) Acquisitiekosten per klant: 20
Aantal klanten: 5000

waarde van de klant over de hele levensduur: (A x B x C) x D – E

Stap 1: omzet per klant over de hele levensduur: (50 x 4 x 5) = 1000 €

Stap 2: dekkingsbijdrage: 1000 € x 0.3 = 300 €

Stap 3: aftrek van acquisitiekosten: 300 € – 20 € = 280 € = (waarde van de klant)

Berekening bedrijfswaarde:

Waarde van de klant x aantal klanten = 280 € x 5000 = 1.400.000 €

Kosten om een bedrijf te reproduceren

Materiële + immateriële activa + infrastructuur + bedrijfsmiddelen

Bereken hoeveel het de koper zou kosten om hetzelfde product of dezelfde dienst helemaal opnieuw te ontwikkelen. Dit omvat naast de activa ook onderzoek en ontwikkeling, marketingkosten, technologie en infrastructuur.

Voor wie is deze methode geschikt?

Kosten voor reproductie

  • Geschikt voor bedrijven die nog relatief in de beginfase zitten en nog niet te complex zijn
  • Geschikt voor bedrijven waarvan de waarde sterk gebaseerd is op hun fysieke activa
  • Geschikt voor bedrijven waarvan de activa kwantificeerbaar zijn
  • Niet geschikt voor grote en zeer complexe bedrijven
  • Niet geschikt voor bedrijven waarvan de waarde voornamelijk wordt bepaald door immateriële activa, intellectueel eigendom, toekomstig groeipotentieel of sterke merken

Voorbeeldberekening reproductiewaarde

Voorbeeld: een klein productiebedrijf

Materiële activa (machines, etc.): 1.280.000 €
Immateriële activa (software, licenties, etc.): 550.000 €
Infrastructuur en algemene bedrijfsmiddelen: 80.000 €

Berekening bedrijfswaarde:

Materiële + immateriële activa + infrastructuur en bedrijfsmiddelen: 1.280.000 € + 550.000 € + 80.000 € = 1.910.000 €

Financieringsrondes vermenigvuldiger

Waarde na de laatste financieringsronde x toeslag in %

Gebruik de waarde die bij de laatste investeringsronde is behaald als referentiepunt voor de waardering en pas de waardering aan op basis van de vooruitgang die sindsdien is geboekt en de mijlpalen die zijn bereikt.

Voor wie is deze methode geschikt?

Financieringsrondes vermenigvuldiger

  • Geschikt voor startups die in een groeifase zitten en al een financieringsronde hebben gehad
  • Geschikt voor bedrijven die niet al te lang geleden zijn ge- of verkocht
  • Gevestigde bedrijven met stabiele inkomsten worden beter gewaardeerd met een andere methode
  • Niet geschikt voor bedrijven in crisissituaties

Voorbeeldberekening financieringsrondes vermenigvuldiger

Gebaseerd op de laatste financieringsronde

pre-money waarde voor laatste financieringsronde: 8.000.000 €
geïnvesteerd bedrag (voor 20% van het bedrijf): 2.000.000 €
post-money waarde na laatste financieringsronde: 10.000.000 €
10% toeslag voor meer omzet, groei, etc.: 1.000.000 €
nieuwe (pre-money) waarde: 11.000.000 €

Berekening bedrijfswaarde:

Waarde na de laatste financieringsronde: (2.000.000 €/ 20%) * 100% = 10.000.000 €

Nieuwe waardering met 10% toeslag voor groei, enz.: 10.000.000 € * 10% = 11.000.000 €

Waarom vuistregels blinde vlekken hebben

Vuistregels leveren u een snelle, ongecompliceerde oriëntatie over de ondernemingswaarde. Maar hun eenvoud heeft een prijs: zij sluiten centrale waardedrijvers uit die bepalen of een onderneming daadwerkelijk waarde creëert of alleen oppervlakkig winstgevend lijkt. Vooral twee factoren ontbreken bij vrijwel alle multiplicatormodellen volledig:

ROIC – Hoe efficiënt uw onderneming kapitaal benut

De ROIC (Return on Invested Capital) toont hoeveel winst uw onderneming per ingezette euro behaalt. Hij meet dus de kapitaalproductiviteit – een beslissende factor die eenvoudige formules niet meenemen.

Twee bedrijven kunnen dezelfde EBIT of EBITDA hebben, maar slechts één daarvan zet zijn kapitaal efficiënt in. Wie dit verschil negeert, krijgt onvermijdelijk een grof vertekende waardering.

Herinvesteringsbehoefte – Hoeveel kapitaal uw groei verslindt

Groei is alleen waardevol als het tot een rendement leidt dat boven de kapitaalkosten ligt. Sommige ondernemingen kunnen met relatief weinig extra kapitaal groeien, andere moeten massaal investeren om überhaupt op koers te blijven.

Vuistregels doen alsof groei “gratis” is. In de realiteit is dat nooit het geval – en deze blinde vlek kan de waardering aanzienlijk vervalsen.

ROIC + groei: De kern van duurzame waardecreatie

Moderne corporate finance-analyses tonen duidelijk aan: langetermijnwaardecreatie ontstaat uit een evenwichtige combinatie van hoog kapitaalrendement en verstandige, financierbare groei.

  • Hoge ROIC + groei → duidelijke waardecreatie
  • Hoge ROIC + weinig groei → solide, maar beperkte waarde
  • Lage ROIC + groei → waardevernietiging
  • Lage ROIC + stagnerende ontwikkeling → nauwelijks waardestijging

Vuistregels missen dit verband volledig. Zij zijn daarom alleen geschikt als eerste oriëntatie, maar nooit als draagkrachtige basis voor een realistische waardering.

Praktijkvoorbeeld: ROIC en waardecreatie zelf controleren

Praktijkvoorbeeld: ROIC & waardecreatie zelf controleren

ROIC globaal berekenen

Formule:
ROIC = NOPAT ÷ geïnvesteerd kapitaal

  • NOPAT = EBIT × (1 − belastingtarief)
  • Geïnvesteerd kapitaal = vaste activa + werkkapitaal − niet-rentedragende verplichtingen

Voorbeeld:
EBIT: €400.000
Belastingtarief: 25%
Geïnvesteerd kapitaal: €2.000.000

Berekening:
NOPAT = 400.000 × 0,75 = €300.000
ROIC = 300.000 ÷ 2.000.000 = 15%

Groei vs. Rendement testen

Twee vragen bepalen of groei waardevol is:

  1. Ligt de ROIC boven de kapitaalkosten (WACC)?
    Alleen dan creëert groei waarde.
  2. Hoeveel groei is bij de herinvesteringsbehoefte realistisch?
    Formule: duurzame groei = ROIC × herinvesteringsratio

Voorbeeld:
ROIC: 15%
Herinvesteringsratio: 40%

→ Duurzame groei: 15% × 40% = 6%

Een onderneming kan dus langetermijn ongeveer 6% groeien – zonder waarde te vernietigen.

Nut van vuistregels voor het waarderen van bedrijven

Vuistregels voor het waarderen van bedrijven zijn een handig hulpmiddel voor snelle, kostenefficiënte en vergelijkbare schattingen van de bedrijfswaarde. Hun eenvoud maakt ze vooral aantrekkelijk in de vroege fasen van de waardering, hoewel hun nauwkeurigheid en toepasbaarheid variëren afhankelijk van de branche en specifieke bedrijfsomstandigheden.

Vergelijkbare berichten