Beoordeling van franchiseondernemingen: handleiding voor franchisegevers

De beoordeling van een franchiseonderneming – vanuit het perspectief van de franchisegever – vereist een praktische aanpak die zowel beproefde financiële indicatoren als de specifieke kenmerken van franchising in acht neemt. Of het nu gaat om de voorbereiding van een verkoop, het aantrekken van investeerders of strategische planning: een realistische bedrijfswaarde is cruciaal.

Wat is de beste aanpak? Onze aanbeveling: met een mix van methoden en gevoel voor nuance. Gebruik kengetallen zoals EBITDA en multipliers voor een snel overzicht, maar vul deze aan met diepgaandere methoden zoals DCF om groeipotentieel in kaart te brengen, en met merknaam-waarderingen om immateriële waarden te kwantificeren.

Gebruik waar mogelijk praktijkvoorbeelden uit je branche, maar houd de specifieke situatie van je systeem in het oog. Zo kom je tot een betrouwbare, navolgbare waardering die zowel jou als franchisegever als potentiële investeerders overtuigt.

Korte handleiding franchisewaardering: belangrijke kengetallen en formules

Stap 1: EBITDA als basis bepalen: Bereken eerst de EBITDA (Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation, Amortization) van je franchiseonderneming. Dit resultaat vóór rente, belastingen en afschrijvingen weerspiegelt de operationele winstgevendheid.

Formule: EBITDA = jaarlijkse winst + rente + belastingen + afschrijvingen

Voorbeeld: Als je franchisecentrale een jaarlijkse winst heeft van €200.000 en afschrijvingen van €50.000, dan is de EBITDA (bij verwaarloosbare rente en belastingen) €250.000.

Stap 2: Geschikte multiplier kiezen: Onderzoek gebruikelijke EBITDA-multipliers in je branche of gebruik vergelijkbare gegevens van soortgelijke franchisesystemen. Deze multiplier (multiple) vertegenwoordigt vereenvoudigd de factor waarmee de jaarlijkse opbrengst wordt vermenigvuldigd om de bedrijfswaarde af te leiden. Typische ranges hangen sterk af van branche, grootte en groei. Bijvoorbeeld, individuele fitnesscentra worden vaak gewaardeerd op 3 tot 5 keer hun EBITDA, terwijl grote, gevestigde franchisegevers aanzienlijk hogere multiples kunnen bereiken. Voor een eerste waardegevoel kan ook een omzetmultiplier dienen (bijv. 1× tot 2× jaaromzet), als EBITDA sterk fluctueert.

In de franchisecontext worden vooral de terugkerende inkomsten (bijv. jaarlijkse franchisevergoedingen/royalty’s) bekeken – een investeerder zou bijvoorbeeld een veelvoud van de jaarlijkse royalty-inkomsten als waarde kunnen nemen, vergelijkbaar met de omzetmultiplier.

Stap 3: Bedrijfswaarde berekenen: Pas de gekozen multiplier toe op je EBITDA.

Formule: Bedrijfswaarde = EBITDA x multiplier

Voorbeeld: Bij een EBITDA van €250.000 en een branchegebruikelijke multiple van 6 komt de bedrijfswaarde uit op €1,5 miljoen. Let op, dit vertegenwoordigt de Enterprise Value (totale waarde van het bedrijf inclusief schulden) – om de eigenwaarde af te leiden, moet je eventueel financiële verplichtingen aftrekken en liquide middelen toevoegen.

Stap 4: Plausibiliteitscheck met andere methoden: Valideer het resultaat door een kruiscontrole met andere methoden. Maak bijvoorbeeld een ruwe Discounted-Cash-Flow (DCF) berekening op basis van je businessplan om te controleren of de multiplierwaarde gerechtvaardigd is. Je kunt ook de substantiewaarde (netto vermogenswaarde) bepalen als ondergrens. Als alle methoden in dezelfde orde van grootte liggen, neemt de betrouwbaarheid van de waardering toe. Juist bij franchising is het aan te raden om naast de zuivere vergoedingsinkomsten van de centrale ook de waarde van het merk en het netwerk mee te nemen – bijvoorbeeld met de Relief-from-Royalty-methode voor de merkwaarde (zie hieronder).

Hoe bepaal ik de merkwaarde van het franchisesysteem?

Een wezenlijk verschil met de waardering van een klassiek bedrijf is dat de waarde van het hele franchisesysteem moet worden bekeken, niet alleen de waarde van een individuele vestiging. Franchisegevers bezitten doorgaans waardevolle immateriële activa, vooral het merk en het bedrijfsconcept.

Relief-from-Royalty-methode (merkwaarde via licentievergoedingen)

Deze methode is een speciale procedure voor de waardering van dergelijke immateriële activa, in het bijzonder van merkrechten. Het wordt vaak aanvullend gebruikt bij de bedrijfswaardering om het aandeel van de totale waarde te bepalen dat aan het merk zelf kan worden toegeschreven.

Principe: De waarde van een merk- of franchiseconcept komt voort uit de fictieve licentiekosten die een bedrijf zou moeten betalen als het het merk niet zelf zou bezitten, maar zou moeten licenseren van een derde partij. Omdat de franchisegever het merk zelfstandig gebruikt, bespaart hij deze licentiekosten – deze “besparingswaarde” wordt verdisconteerd naar de huidige dag en resulteert in de merkwaarde. Anders gezegd: hoeveel zou een ander betalen om het merk te mogen gebruiken?

Aanpak: Eerst bepaal je de verwachte omzetgerelateerde inkomsten die aan het merk toe te schrijven zijn – in het geval van franchise zijn dat typisch de systeemomzet van de franchisenemers of de franchisevergoedingen die door het gebruik van het merk worden gegenereerd. Daarop pas je een passend licentiepercentage (%) toe. Gebruikelijke licentietarieven voor bekende merken liggen, afhankelijk van de branche, vaak tussen bijvoorbeeld 1% en 5% van de omzet – concrete waarden kunnen worden bepaald door marktvergelijkingen van vergelijkbare merklicentiedeals.

Dit resulteert in een jaarlijkse notionele licentiekosten. Na aftrek van belastingen op deze fictieve inkomsten en verdiscontering over de verwachte gebruiksduur van het merk (vaak wordt uitgegaan van een oneindige of zeer lange gebruiksduur, eventueel met een groeifactor), telt de contante waarde van alle Royalty Savings op tot de merkwaarde.

Voor franchisebedrijven kan deze methode laten zien welk deel van de totale bedrijfswaarde wordt bepaald door het merk en de systeemkennis. In de praktijk wordt de merkwaarde die met Royalty Relief is berekend vaak opgenomen in DCF- of opbrengstwaarde-modellen (bijvoorbeeld door deze op te tellen bij de intrinsieke waarde). Voorbeeld: Stel, een seniorenzorg-franchise heeft een systeembrede jaaromzet van €50 miljoen en vergelijkbare zorgmerken hebben licentiekosten van 5% van de omzet. De hypothetische jaarlijkse licentiekosten voor het merk bedragen dan €2,5 miljoen. Als je bijvoorbeeld 30% belasting aftrekt en deze netto-belasting verdisconteert met een passende factor, resulteert dit – afhankelijk van de aangenomen groei- en disconteringsvoet – in een aanzienlijke merkwaarde-potentieel (bijvoorbeeld grofweg €15-20 miljoen contante waarde over de komende jaren). Deze waarde zou extra bovenop de pure intrinsieke waarde van het hoofdkantoor komen en verklaart waarom kopers vaak een hoge premie betalen voor gevestigde franchise-systemen : ze verwerven niet alleen bestaande winsten, maar ook een sterk merk, waarvan het gebruik anders licentiekosten zou vereisen.

Opmerking: De Royalty-Relief-methode combineert elementen van markt- en opbrengstwaarde​ring. Het is zinvol wanneer de merkwaarde een grote rol speelt – dus zeker relevant bij bekende franchisemerken. Het vereist echter zorgvuldig onderzoek naar vergelijkbare licentietarieven en brengt onzekerheid met zich mee bij het aannemen van toekomstige omzetten. In Duitsland wordt deze methode vaak toegepast in het kader van merkwaarde-expertises (bijvoorbeeld voor boekhoud- of belastingdoeleinden), terwijl voor de totale bedrijfswaardering in onderhandelingen meestal eenvoudiger te communiceren methoden (DCF, multiples) domineren.

Meer informatie over de DCF- en intrinsieke waardemethode vind je in de blogpost Waarderingsmethoden

Vergelijkbare berichten